Een haven als ecosysteem

 
10 oktober 2014

CASE ROTTERDAMSE HAVEN

De Rotterdamse haven is een goed voorbeeld van een actief ecosysteem: hier spelen factoren als complexiteit, concurrentie, onderlinge afhankelijkheid, kostenbesparingen en noodzakelijke innovatie. Samenwerking tussen alle ketenpartners biedt enorme mogelijkheden. Het delen van informatie is één van de vertrekpunten.

De omvang van de wereldhandel blijft de komende jaren toenemen. De Rotterdamse haven heeft de ambitie om in 2030 een verdubbeling in overslagcapaciteit te realiseren. Meer en steeds grotere schepen dragen niet alleen bij aan economische groei, maar vergroten ook de belasting van de haven en het milieu. Zestien van de grootste zeeschepen in de wereld produceren – op volle snelheid – net zoveel schadelijke uitstoot als alle auto’s op deze aarde. Zeeschepen varen met grote snelheid naar havens; maar voordat ze de haven in kunnen, liggen ze op zee voor anker te wachten op hun beurt bij de terminal. Die hoge vaarsnelheid en de wachttijd van schepen worden veroorzaakt door de manier waarop wereldhavens nu functioneren, hoe alle betrokken partijen met elkaar samenwerken.

Processen onder de loep

Uit een analyse van de bestaande werkprocessen, uitgevoerd door de verschillende partijen in de Rotterdamse haven, blijkt dat bij het laad- en losproces van een schip gemiddeld 16 tot 20 bedrijven betrokken zijn. Geen enkele partij heeft echter zicht op de volledige keten. Wanneer één bedrijf een half uur te laat is, worden hooguit twee tot drie andere bedrijven in de keten telefonisch of via e-mail geïnformeerd; andere spelers in de keten worden niet of veel later geïnformeerd, hetgeen voor onverwachte vertragingen en wachttijden zorgt – niet alleen voor het schip aan de kade, maar ook voor het volgende schip dat verwacht wordt. In 2010 ging het in Rotterdam om circa 310.000 wachturen, equivalent aan meer dan 35 mensjaren. Soortgelijke problemen spelen wereldwijd in alle havens. Rotterdam zoekt met partners en marktpartijen naar optimalisatie en samenwerking met als doel om de meest efficiënte, veilige en duurzame haven ter wereld te zijn, waarbij goed kan worden ingespeeld op veranderingen in de planningen.

Informatie delen

Voor het goed laten verlopen van de processen is het kunnen beschikken over de juiste informatie cruciaal. De betrokken partijen zijn daarom het initiatief gestart om statische informatie (over terminals of diepte in de haven) en dynamische informatie (over aankomst- en vertrektijden) beter te gaan delen. Het doel is dat ketenpartners zo tijdig op de hoogte zijn van wijzigingen, zodat ze zelf hun eigen planningen erop aan kunnen passen. Nu werken veel terminals met het ‘first in, first serve’ principe. Met een betrouwbaardere havenplanning kunnen terminals gaan werken met virtuele aankomsttijden. De kapitein van een schip heeft dan de zekerheid dat hij op de geplande aankomsttijd ook meteen terecht kan in Rotterdam. Het effect hiervan is dat schepen langzamer gaan varen en precies op tijd arriveren. Dit leidt tot een enorme reductie in (brandstof)kosten – tachtig procent van de scheepskosten bestaan uit brandstofkosten – en een veel lagere CO2- uitstoot. Een tweede positief effect is dat de havenverblijftijd van schepen verkort kan worden. Beide maatregelen dragen bij aan een betere concurrentiepositie van de haven.

Een nieuw perspectief

Bij dit initiatief gaat het vooral om een veranderde focus: van ‘in de haven’ naar ‘buiten de haven’ en niet zo zeer om de inzet van nieuwe technologie. Nieuw denken, het delen van informatie en een andere kijk op business modellen staan voorop. Alle projectpartners zijn bereid om verder te kijken dan de eigen organisatie, om de kortetermijnbelangen opzij te zetten en om samen te werken aan langer termijn voordeel voor allen. Dit heeft het besef vergroot dat de haven met alle partijen onderdeel uitmaakt van een veel grotere, wereldwijde keten. En dat heeft geleid tot het overnemen van wereldwijde standaarden vanuit transport en logistiek binnen de haveninfrastructuur. Nu zijn vervoer over weg, spoor, water en lucht nog aparte vervoersstromen (modaliteiten) met elk eigen ecosystemen, ketens en afhandelingsprocessen. In de toekomst zullen deze individuele vervoersstromen worden gecombineerd en ingezet in één geïntegreerd vervoerssysteem, gericht op efficiënt en betrouwbaar transport van goederen van A naar B. De focus van transport wordt zo steeds meer verlegd naar verkeersmanagement gericht op optimale goederendoorvoer (zie onderstaande kader).

Een toekomstbeeld is dat je straks je nieuwe houten tafel uit Indonesië online kunt volgen vanaf fabricage tot aan aflevering bij je voordeur. Op basis van jouw parameters (denk aan snelheid, milieubelasting en prijs) zal de meest efficiënte reis samengesteld worden voor je tafel. Hierbij worden alle beschikbare passende modaliteiten ingezet, alsof het één transportmiddel is. Wat nu aparte processen en aparte modaliteiten zijn, wordt dan samengevoegd, met optimale informatieuitwisseling tussen alle schakels in de nieuwe keten. Consumenten, producenten en vervoerders krijgen realtime inzicht en invloed op de actuele locatie van de goederen, doorlooptijd en aankomsttijd.

Haven als ecosysteem

Succesfactoren

Uit het haven-ecosysteem blijkt dat een gezamenlijk doel en gedeelde ambitie een goed startpunt zijn om alle partijen aan tafel te krijgen: in dit voorbeeld de partijen die naar de haven toekomen en partijen die in de haven werken. Succesvol meedoen vraagt om commitment en steun van de directies en betrokkenheid van de werkvloer. Het duidelijk krijgen van de meerwaarde van deelnemende organisaties voor het project binnen het ecosysteem kost tijd, maar is van belang om oplossingen te vinden voor tegengestelde belangen. De afstemming en voortgang verlopen soepeler als de begeleiding van het project worden belegd bij een instantie die door alle partijen wordt vertrouwd, zoals een onafhankelijke belangenvereniging. Informatie vertegenwoordigt waarde – het is van belang stil te staan bij de vraag wat het betekent om data en informatie met elkaar te delen. Het zorgt voor veel discussie over eigenaarschap, toegangsrechten en concurrentiegevoeligheid bij de betrokken partners. Het concreet laten zien wat het positieve effect van informatiedeling is, zorgt voor betrokkenheid en allerlei nieuwe ideeën. Het ontwikkelen van de bijbehorende, benodigde technologische oplossingen gaat in kleine stapjes. Het havenecosysteem wordt groter en is niet meer los te zien van de volledige transportketen. Omdat transport niet bij de landsgrenzen stopt, zijn uiteindelijk nieuwe transsectorale samenwerkingen nodig tussen bestaande en nieuwe ketenpartners op wereldniveau. Internationale samenwerking en het aansluiten op wereldwijde standaarden zijn randvoorwaarden om dit voor elkaar te krijgen.