Faal eervol

 
30 juni 2015

Door Marco Gianotten

Geeks zijn economisch doorontwikkelde nerds in onze digitaal doorspekte maatschappij. Wat is de natuur van hun werk? Falen! En dat doen ze eervol: failure is a badge of honor. Wanneer je maar snel genoeg leert van fouten komt succes vanzelf.

Schandpaalcultuur. Een populaire conferentiereeks in Silicon Valley is FailCon, waar openlijk over fouten wordt gesproken. Er is niets om je voor te schamen of onder het vloerkleed te vegen. Carrières worden niet geknakt of in de kiem gesmoord door falen. Dat is wel even anders bij ICT-projecten in onze vaderlandse polder: daar regeert de schandpaal. In de klassieke wereld zijn er twee soorten ICT-projecten: succesvolle en gefaalde. Die tweedeling is kortzichtig. Managers die innovatie nastreven, zouden oog moeten hebben voor een derde categorie, die van challenged projects. Die zijn soms een gevalletje ‘aimed for the moon, but we missed and hit a star’. Topmanagers en toezichthouders beschouwen dit soort projecten als ‘mislukt’: niet op tijd en boven budget. In werkelijkheid worden er echter vaak inzichten vergaard die bijdragen aan een doorbraak bij volgende projecten. Dit zijn briljante mislukkingen.

‘Ongeveer’ is de nieuwe norm. Wanneer je niet precies weet wat je wilt of wat je op je pad allemaal tegenkomt, weet je het dus ‘ongeveer’. Dat is de realiteit. ‘Ongeveer’ is een woord waar veel topmanagers allergisch voor zijn. Die willen precies de verwachte uitkomst weten, desnoods in een gefabriceerde werkelijkheid van een spreadsheet. Ontwikkelmethoden als Waterval zijn voor beslissers veel duidelijker dan Agile: je weet vooraf precies wat het kost en hoe lang het gaat duren. Dat er vervolgens geen bal van klopt is bijzaak.

‘Ongeveer’ is wat je als een standaarduitkomst kunt verwachten wanneer je iets nieuws doet. Dan moet je experimenteren en openstaan voor snel falen, zonder angst voor straf. De wereld van ICT-projecten is niet zwart-wit. Ik geloof niet in nog meer controle, maar wel in meer experimenten en vooral openheid over fouten. Zo’n aanpak geldt niet alleen voor de categorie innovatieve projecten, maar ook het bouwen van de traditionele systemen die al snel ‘too big to fail’ worden. Het werken met meerdere proof of concepts zorgt voor een realiteitscheck: wat werkt wel en wat niet. Besparen door vroegtijdig te falen is het nieuwe adagium voor value for money.

Gaan als een speer. Hoe moeilijk kan het zijn om een ERP-systeem voor Defensie te bouwen? Blijkbaar heel moeilijk als je het nieuws over Speer volgt: het grootste ICT-project in onze vaderlandse geschiedenis. Volgens de Algemene Rekenkamer zitten we nu al bijna op zo’n 900 miljoen euro en nog steeds is er geen werkend systeem. In een interview met minister Hennis in NRC Handelsblad leek het even alsof ze de stekker eruit ging trekken. Maar de woordvoerders van het ministerie waren er als de kippen bij om aan te geven dat er nog steeds vertrouwen is in een goede afloop en dat ‘werkende onderdelen’ van het systeem worden opgeleverd. Dat laatste is overigens daarna weer afgezwakt. Helaas geen ‘Hennis the Menace’ en dus gaan we op naar de miljard euro aan faalkosten.

Grote projecten blijven nodig. De maatregelen die de overheid heeft genomen na de parlementaire verhoren hebben een ding gemeen: er komt nog meer controle. En juist dat is de reden waarom er niets verandert. Ook het idee om alleen maar kleine projecten toe te staan is onzin: er blijven grote projecten nodig. Bij bol.com worden grote projecten opgedeeld in kleinere parallel lopende trajecten zonder dat het (tijdig) stoppen van zo’n klein projectonderdeel het project als geheel in gevaar brengt. Waarom laat de minister haar projectmanagers daar niet stage lopen?