Van technologie naar innovatienetwerk

 
25 september 2015

CASE INNOVATIELAB iFONTYS

Onderwijs is het vertrekpunt voor iedere nieuwe arbeidsmarktgeneratie. De internetrevolutie beïnvloedt meer dan welke revolutie ook ons werk, ons leven, ons denken: alles wat we doen. Die digitaliserende samenleving drukt ook zijn stempel op het klaslokaal. ‘Iedereen altijd en overal online’ leidt ook in het onderwijs tot vernieuwing: in de didactiek, in de samenwerking tussen studierichtingen onderling en met het bedrijfsleven. Fontys Hogescholen heeft daarvoor een succesvol innovatienetwerk opgetuigd.

Fontys Hogescholen is een opleidingsinstelling met circa 44.000 hbo-studenten, 4.000 docenten en een omzet van 350 miljoen euro. Studenten zijn klaar met hun studie rond hun 21e jaar en zullen moeten doorwerken tot minimaal hun 71e. Ze hebben dus een carrière van 50 jaar voor de boeg. “Wij leiden in feite op voor beroepen die nog niet bestaan. Hoe kan je studenten daarop voorbereiden in de paar jaar dat ze onderwijs krijgen? Duidelijk is wel dat bedrijven steeds meer in ketens en samenwerkingsverbanden gaan functioneren: over grenzen en disciplines heen,” zo stelde College van Bestuur-voorzitter Nienke Meijer het in een interview in Management Scope*. Reden voor Fontys om expliciet aandacht te besteden aan vernieuwing en innovatie.

Waanzinnig stuk hardware

Eén van de initiatieven op dit vlak is het innovatienetwerk iFontys, in 2009 opgestart met de aanschaf van 100 iPads. Aanleiding daarvoor was een vraag van het toen kersverse CvB-lid Nienke Meijer aan Eric Slaats, opleidingscoördinator bij ICT-opleidingen: waar heeft het onderwijs de afgelopen jaren de boot gemist? “Voor mij was dat overduidelijk: de gemiddelde school kwam in die tijd niet verder dan ‘zet je mobiele telefoon uit’. De gemiddelde student komt met een waanzinnig stuk hardware naar school en wij zeggen dat het niet gebruikt mag worden. We zagen op dat moment ook de tabletgolf aankomen. Wat zou daarvan de betekenis voor het onderwijs zijn?” Meijer gaf groen licht voor iFontys, een innovatieproject met een looptijd van vijf maanden, aangedreven door de aanschaf van 100 iPads die op dat moment nog niet eens leverbaar waren in Europa.

“Innovatie moet zowel van onderaf als van bovenaf komen, de massa zit in het midden”

Eric Slaats

Eric Slaats

Simpele werkwijze

Slaats bracht vervolgens een groep van 24 enthousiastelingen bijeen uit 12 verschillende Fontys-opleidingsinstituten en diensten, goed verdeeld over de vijf onderwijssectoren economie, kunst, techniek, educatie en sociale studies zodat er voldoende pluriformiteit ontstond. “Ze kregen een iPad1, vouchers voor de aanschaf van apps en een sim-kaart. Deze groep is wegwijs gemaakt en zou daarna iedere vrijdagmiddag bijeenkomen. De werkwijze was simpel: we leggen alleen besluiten vast, lossen problemen op als er iets fout gaat, en mislukking is geen schande. We wilden geen tijd verliezen met gepraat over afspraken: de kansen verdampten immers waar je bij staat. Aan de 24 voortrekkers is bovendien gevraagd groepen samen te stellen van studenten met een duidelijke, maar brede opdracht: zoek uit welke mogelijkheden en meerwaarde de iPad in het onderwijs kan hebben. Het besluit om 100 iPads aan te schaffen – kosten: een ton – leverde zowel veel positieve als negatieve media-aandacht op. Waar gaat mijn collegegeld naar toe?”

Dialoog komt op gang

In vijf maanden tijd zijn allerlei events georganiseerd en ervaringen uitgewisseld. In dezelfde periode deed Slaats ook onderzoek naar de effecten van de iPad. “Opmerkelijk was dat studenten meer gingen lezen – ze hadden met het 3G data-abonnement alles onder hun vingertoppen – en kritischer werden over de beschikbare informatie. Andere spinoffs waren intensieve contacten met bedrijven, de opstart van een opleiding voor de ontwikkeling van mobiele apps, en samenwerking met de TUDelft op het gebied van mobiele technologie in didactiek en toetsing. Maar het belangrijkste was dat er een dialoog op gang was gekomen: verschillende bloedgroepen wisten elkaar te vinden en wisselden ervaringen uit – ook met studenten van heel andere studierichtingen dan ze gewend waren.”

Verder werd er een app ontwikkeld die het onderwijsrooster koppelde aan persoonlijke agenda’s – na een maand geadopteerd door vrijwel de gehele studentenpopulatie (45.000 gebruikers). De timing was goed: het was de periode waarin Android de markt veroverde en de smartphone beter betaalbaar werd. Anderen keken bijvoorbeeld naar de kwaliteit van educatieve apps voor het basisonderwijs – want met de introductie van de iPad groeide het aantal apps razendsnel.

Geen ‘free lunch’

Na vijf maanden kon de balans worden opgemaakt. Er werden 20 concrete adviezen aan het Fontys-bestuur gepresenteerd die allemaal werden overgenomen. Eén van de belangrijkste bevindingen: het project ging niet meer over technologie, maar over didactiek, samenwerken, kennisdelen en innoveren – normaal gesproken een hele uitdaging in het onderwijs. Na vijf maanden was er een innovatienetwerk ontstaan dat in alle vrijheid prima functioneerde. Alle resultaten bij elkaar waren voldoende redenen voor het CvB om iFontys te verankeren.

Slaats besloot daarop niet om budget te vragen aan het CvB, maar vroeg een financiële garantie van alle opleidingsdirecteuren (5.000 euro) en de toezegging dat ze iemand zouden vrijmaken voor vier uur per week. “Zo vermeden we het risico van een ‘free lunch’ voor de directeuren. Verder hebben we het CvB zo ver gekregen dat zij ook met iPads zijn gaan werken – onder andere gericht op een paperless bestuur, dus uitvissen hoe je met vergaderstukken omgaat. Het bestuur werd tevens ambassadeur van digitalisering door intensief gebruik van social media.”

“Het bestuur werd ambassadeur van digitalisering door intensief gebruik van social media”

De docent verzuipt

iFontys is maar een klein clubje, aldus Slaats, en instituten zijn redelijk autonoom. “Dat is positief, want zo kunnen ze hun onderwijs goed afstemmen op de studenten. Maar een nadeel daarvan is dat instituten er tot voor kort niet in slaagden samen syllabi te schrijven op overlappende kennisgebieden. Eén van de resultaten van iFontys is dat met technologie als katalysator er nu veel bereikt is op het vlak van logistiek van onderwijscontent: informatie stroomt gemakkelijker door Fontys heen.”

Er is nog veel werk te doen, zo illustreert Slaats met een voorbeeld: “Studenten werken met alle IT-tools en technologie die op hun pad komt en van enige waarde blijkt te zijn. Studenten organiseren zich nu bijvoorbeeld in Whatsapp-groepen. Het resultaat is dat de docent dus verzuipt in een veelheid aan applicaties, passwords en tools. We willen voorkomen dat we met nieuwe onderwijssystemen de legacy van de toekomst creëren. We moeten op dit vlak dus toewerken naar een adaptieve organisatie.”

Let op de early majority

“We bemoeien ons vanuit iFontys overal tegenaan: bedrijven, docenten en studenten. iFontys bevordert de dialoog, ook binnen instituten; maar instituten moeten projecten zelf bedenken, uitvoeren of uitrollen. Eén van de spin offs is Schoollab, een samenwerkingsverband met de Technische Universiteit Eindhoven waarin alle innovatie samenkomt in een ontwerp voor een nieuwe basisschool: ergonomie, smart building, onderwijstechnologie. Op het moment dat alle disciplines bij elkaar zijn gekomen, moet iFontys er juist tussenuit en alles loslaten. Innovatie moet zowel van onderaf als van bovenaf komen, de massa zit in het midden. Vaak worden initiatieven het eerste opgepikt door early adopters en ambassadeurs.

Door van onderaf te experimenteren ontstaat er sneller een overtuiging van noodzaak. Als er evidence is, wordt een innovatie eerder opgepakt door bijvoorbeeld docenten. Daarna ga je naar boven om het te verankeren. De vaart houden we er in met de innovators en early adopters. De early majority is een cruciale groep, want die gaat je vertellen wat de ‘bezwaren’ van de laggards zijn.”

Noten
*Management Scope nr 6/7-2015. Zie ook www.managementscope.nl.