Ben je voor je studenten net zo relevant als Google?

 
13 april 2018

Door Marco Gianotten

Het businessmodel van universiteiten is ruwweg duizend jaar oud: universitas magistrorum et scholarium. Het probleem dat deze ‘gemeenschappen van meesters en geleerden’ oplosten, was de schaarse toegang tot kennis. Kennis is er nu in overvloed: digitaal toegankelijk voor bijna iedereen. Het oorspronkelijke businessmodel voor hoger onderwijs is daarmee tanende. Clayton Christensen, professor aan de Harvard Business School, voorspelt dan ook dat over tien tot vijftien jaar de helft van alle universiteiten en colleges in de VS failliet is. In ons land is het hoger onderwijs anders georganiseerd dan in de VS, maar ook hier is het businessmodel aan het schuiven. Digitalisering van de kenniseconomie verandert niet alleen het businessmodel van het hoger onderwijs, maar ook de wijze waarop IT wordt gebruikt op en rondom de campus. Hoe kunnen IT-organisaties binnen wo en hbo inspelen op de behoeften van hun eindgebruikers en de juiste keuzes maken voor een toekomstbestendige IT-infrastructuur? Leg de ambitielat hoog: word voor je studenten en docenten net zo relevant als Google.

Het businessmodel van kennis

Bijna elke onderwijsinstelling heeft meer alumni dan studenten. Veel mensen doen in hun carrièreverloop (ook) andere dingen dan waar ze voor opgeleid zijn. Dit ‘verlengt’ het businessmodel van het hoger onderwijs, bijvoorbeeld door bij te dragen aan permanente vorming van nieuwe competenties, ofwel lifelong learning. De University of Oxford publiceerde het rapport The Future of Employment: How Susceptible are Jobs to Computerisation? Daarin werd aangegeven dat bijna 50 procent van de banen mogelijk gaat verdwijnen door technologische innovatie. Er zullen nieuwe banen ontstaan waarvoor wij nu nog niemand opleiden. In 2025 zijn, in een sterk digitaliserende economie, de belangrijkste basisvaardigheden: sociale intelligentie, digitale geletterdheid, intellectuele nieuwsgierigheid en teamsamenwerking vanuit verschillende disciplines. Leervermogen – het effectief kunnen inspelen op veranderende omstandigheden – is hierbij een van de belangrijkste competenties. Studenten moeten worden opgeleid om te kunnen blijven leren. Aan IT-organisaties de uitdaging om dit proces te faciliteren en stimuleren en niet af te remmen. De student zal meer centraal moeten staan.

Fysieke universiteiten en hogescholen krijgen steeds meer concurrentie van online educatieplatforms als Coursera, Udacity, Khan Academy en iversity. Het Europese iversity certificeert zelf academische opleidingen. De prijsstructuur van deze platforms leveren studenten voordelen op: wanneer je een opleiding stopt hoef je de rest niet te betalen; of je betaalt vooral voor het succesvol afronden en minimaal voor de opleiding zelf. Gamification, support groups en online samenwerken in projecten zorgen dat studenten zich aan elkaar optrekken. Udacity biedt een data science curriculum aan met videocolleges van inspirerende praktijkdocenten die bij Salesforce en Facebook werken. Online platformen zetten de toon in de verwachtingen die studenten hebben van ‘gewone’ universiteiten en hogescholen. IT-organisaties zullen meer vanuit de studenten en hun beleving de dienstverlening moeten ontwerpen. Dat begint met hoe studenten leren en werken.

Stante pede applicaties

Het onderwijsproces in het hoger onderwijs gaat niet sec over het overdragen van informatie maar ook om inspiratie en verdieping. Het is aan docenten om letterlijk de verbeelding aan te wakkeren om zo het leerproces te stimuleren. Een goede docent verleidt studenten om op zoek te gaan naar het waarom en het hoe. Goede studenten haken hier vanuit intrinsieke motivatie op aan. Daarbij gebruiken ze tools naar eigen inzicht, tijd- en plaatsonafhankelijk. Ze parkeren onderzoeksdata in Dropbox, gebruiker verschillende applicaties voor statistiek en datavisualisatie en gebruiken WhatsApp om te communiceren met elkaar en met docenten. Studenten willen niet alleen razendsnelle wifi, ze willen specifieke applicaties die ze lokaal kunnen gebruiken. Voor studenten staat BYOD niet voor het zelf meebrengen van je device, maar eerder meebrengen van het eigen datacentrum. Docenten en studenten bepalen dus zelf met welke applicaties ze werken. Applicaties zijn bovendien vaak stante pede nodig, om ze vervolgens zonder netwerkbeperkingen te laten draaien en na gebruik weer te kunnen ‘weggooien’. Kortom, wat een student aan applicaties voor zijn studie en projecten nodig heeft, is zeer heterogeen: docenten bepalen en ook studenten kiezen vaak zelf welke applicaties ze gebruiken. Combineer die grote aantallen applicaties met verschillende vormen van applicatiedistributie en je hebt een complexe uitdaging als IT-organisatie. Het is niet mogelijk om de digitale werkomgeving voor studenten hetzelfde te beheren als bij een ‘gewoon’ bedrijf naar haar eindgebruikers annex werknemers. Dit zou per student te duur en te beperkend zijn.

De student als klant

De vrijheid, snelheid en vernieuwing die studenten verwachten, staat haaks op wat de interne IT-organisaties uit het hoger onderwijs kunnen leveren. Applicatiedistributie is een achilleshiel: het kost veel tijd en geld om applicaties te verpakken, verspreiden en beheren. Het gedrag van de IT-eindgebruikers waar ze mee te dealen hebben, levert een constant gevaar van non-compliancy op, iets waar veel IT-organisaties in het onderwijs mee worstelen. Die organisaties zitten nu vaak gevangen in een wereld van processen, budgetten en controle, waardoor bouwen aan het fundament voor het faciliteren van lifelong learning onder aan het actielijstje bungelt. Het organiseren van een digitale werkplek conform de nieuwe eisen is laaghangend fruit dat geplukt moet worden. De uitdaging voor IT in het hoger onderwijs is de brug te slaan tussen uiteenlopende wensen van verschillende soorten eindgebruikers enerzijds en een compliant en toekomstbestendige omgeving anderzijds. Gelukkig zijn er verschillende oplossingen beschikbaar voor de distributie van applicaties, zoals applicatie virtualisatie, cloud native apps, SaaS en VDI, maar knelpunt voor het onderwijs is de grote hoeveelheid unmanaged devices: een extreme vorm van Bring Your Own Device.

Er is een geïntegreerde oplossing beschikbaar voor de digitale werkomgeving binnen het hoger onderwijs. Binnen het Educatie Platform van KPN wordt zowel een werkplek voor docerend en ondersteunend personeel geleverd als een aparte ‘werkplek’ voor studenten. KPN introduceert met Software2 de digitale werkomgeving voor studenten die voldoet aan de nieuwe eisen: goedkoop in beheer en gericht op de werkstijl van studenten. Om onder andere de veelheid aan unmanaged devices op een compliant wijze te kunnen bedienen, richt het beheer zich op drie componenten: (1) de identiteit van student, (2) de distributie van applicaties (vanuit het eigen datacenter tot aan publieke clouds) op elke gangbaar besturingssysteem, en (3) de mobiliteit van diensten binnen én buiten de campus. De fysieke campus bestaat in de toekomst uit IT-zones zoals genius bars en digital labs, waar studenten volop gebruik kunnen maken van voorzieningen zoals Internet of Things garages.

CIO’s van onderwijsinstellingen in Nederland staan voor de uitdaging om IT voor studenten net zo relevant te maken als Google nu al is voor deze generatie Z. Daarbij hoort ook een digitale werkomgeving, welke duidelijk anders is dan voor onderwijzend of ondersteunend personeel. Studenten zijn geen werknemers, maar klanten en daarmee het bestaansrecht van het hoger onderwijs.

Eerder verschenen in Surf: https://blog.surf.nl/studenten-net-zo-relevant-als-google/

Ook heeft Giarte een bijbehorende video gemaakt: https://vimeo.com/260721186