Clusterfucks in IT

 
17 mei 2019

Door Marco Gianotten

 

Clusterfucks zijn debacles, veroorzaakt door een giftig brouwsel van overmoed, ongeduld, incompetentie en irrationeel gedrag. De term clusterfuck dateert uit de Vietnamoorlog en is militair jargon voor besluitvorming met een giftige combinatie van teveel hooggeplaatste officieren en te weinig informatie op de grond. In IT doen grote ontsporingen zich vooral voor bij prestigieuze projecten die bij de start worden aangeduid met superlatieven als ‘transformationeel’, ‘disruptief’ en ‘strategisch speerpunt’. Fuck-ups zijn een onvermijdelijk kenmerk van menselijkheid, maar clusterfucks zijn prima te voorkomen.

Eén vrouw kan na negen maanden een baby baren. Maar negen vrouwen kunnen niet in één maand een baby maken. Een clusterfuck begint vaak bij de overtuiging van beslissingsmakers dat het beoogde doel veel gemakkelijker te bereiken is dan in werkelijkheid. Hierbij wordt met name de factor tijd ernstig onderschat. De aanname is dat de factor tijd onder hoge druk vloeibaar wordt: alles moet sneller kunnen als je maar wilt of daartoe wordt gedwongen. Vooral bij outsourcing wordt dit spelletje gespeeld.

Wanneer de uitvragende partij bij een aanbesteding keihard eist dat de transitie of zelfs transformatie binnen een (door experts vaak onrealistisch) aangegeven tijdsbestek moet zijn voltooid, is er altijd wel een dealgeile aanbieder die toehapt op het nieuwe logo. Maak van tijd een knock-off criterium en menig serviceprovider zal complyen. Echter, de realiteit dicteert nog steeds dat je geen kind in één maand tijd kan opleveren.

Technologie is complex, het organisatiegedoe en getouwtrek eromheen maakt het gecompliceerd. Tegengestelde belangen, tijdrovende processen en het vooruitschuiven van besluiten veroorzaken het diepere probleem. Aan elimineren en simplificeren – zoals het opschonen en uitfaseren van systemen – is weinig gedaan. Het wordt een hele kluif als je een hoofdpijndossier met een contract uit handen wilt geven aan een serviceprovider, terwijl je transformatieprogramma tegelijkertijd wordt ingehaald door de werkelijkheid.

In openheid en kwetsbaarheid moet er ruimte zijn voor een realiteitscheck. Maar dat zie je zelden. Bij diverse managers komt de donkere kant van emotionele intelligentie naar boven drijven: het manipulatiemonster. Manipulatoren overdrijven de ernst van de situatie en spelen in op ‘het gebrek aan moed’, zodat anderen vanuit angstgevoel actie ondernemen. Ze gebruiken hun lichaamstaal om te laten zien dat ze overstuur zijn om schuldgevoelens bij anderen op te wekken. Ze spelen opzettelijk stommetje door niet te reageren op redelijke oproepen (e-mails, voice mails, sms) en krijgen zo macht door anderen in onzekerheid te laten afwachten. Ze dwingen anderen om binnen een onredelijke tijd belangrijke, vaak onomkeerbare, beslissingen te nemen zonder de consequenties goed af te wegen.

Het is zaak om in clusterfucks de donkere kant van EQ te adresseren. Dat is de enige juiste stap om uit een impasse te komen.